Spelmomenten (10)

Artikel uit VARA TV Magazine

Tijdens de Spelen

van 1972 in MUnchen

kostte een Palestijnse

terroristische actie

15 levens. Worstelaar

Bert Kops vertelt

waarom hij toen

besloot terug naar

Nederland te gaan.

 

Vijf uur 's morgens waren de eerste schoten gevallen; en meteen ook het eerste slachtoffer. Als een vuilniszak was het lichaam van worstelcoach Mosje Weinberg vervolgens

van het balkon naar beneden gegooid. Op datzelfde moment was worstelaar Bert Kops, voor wie later die dag zijn eerste Olympische wedstrijd geprogrammeerd stond, onderweg naar de weging. 'Tot mijn verbazing zag ik de burgemeester van het Olympisch dorp lopen. Ik dacht nog: Wat doet die hier op dit vroege uur? Onbewust kreeg ik daardoor al wel een gevoel dat er iets niet klopte. Pas later, veel later hoorden we - en dat waren nog steeds alleen maar geruchten - dat de Israëlische ploeg gegijzeld was; en dat er schoten en doden waren gevallen. Ook hadden we tussen het hekwerk door mannen met bivakmutsen zien lopen, dus er was wel iets heel verkeerds aan de gang. Maar hoe ernstig het was, daar hadden we geen idee van.'

De organisatie gaf nauwelijks tekst of uit leg. Kops: 'Ze hadden gewoon moeten vertellen wat er aan de hand was.' De feiten in een notendop: terroristen van 'Zwarte September 'waren die vijfde september 1972 over de afrastering van het Olympisch dorp geklommen, hadden vervolgens de Israëlische ploeg gegijzeld en de vrijlating van Palestijnse activisten uit Israëlische gevangenissen geëist. Het zou tot 4 uur in de middag duren voor IOC-voorzitter Avery Brundage de Spelen

een etmaal zou opschorten. Laat in de avond eindigde de actie op het vliegveld van Munchen in een groot drama. Als gevolg van een vuurgevecht en een ontplofte granaat vonden elf Israëliërs (de meeste sporters, maar ook begeleiders en een scheidsrechter), drie terroristen en een West-Duitse politie-agent de dood.

 

De dag daarop besloten zes Nederlandse sporters- atleten Jos Hermens en Wilma

van Gool, hockeyers Paul Litjens en Flip van Lidt de Ieude, bokscoach Rienus Kruger en

worstelaar Bert Kops -Miinchen de rugtoe te keren. Kops: 'En joumalist Dick van Rijn, die had er ook geen zin meer in. Ik ben langzaam naar die beslissing gegroeid, tot ik me ineens realiseerde: ik heb hier niets meer te zoeken, ik wil hier niet meer zijn.'

Waarschijnlijk brak dat gevoel door tijdens de herdenkingsdienst, een dag na de dramatische gebeurtenissen. 'The Games must go on,'luidde daar de mededeling van Brundage. Kops: 'Die herdenkingsdienst was een aanfluiting; echt heel respectloos. Brundage deed daar alsof de sport getriomfeerd had en er eigenlijk niet zoveel aan de hand was geweest. Toen zag ik ineens Jos Hermens zitten; zichtbaar ingestort en aangeslagen. En ik dacht:ja jongen,jij hebt helemaal gelijk. iedereen behoort toch verdrietig te zijn na zo'n drama? Waarschijnlijk heeft ook meegespeeld dat ik al 35 jaar was en drie opgroeiende kinderen had. Op die leeftijd kun je relativeren en is sport niet meer het allerbelangrijkste in het leven. Want misschien had ik op m'n 21ste ook wel een ander besluit genomen en was ik niet vertrokken.'

 

Degenen die bleven, wil hij niet veroordelen. 'Iedereen moet zoiets voor zichzelf weten. Een héél klein deel is weggegaan.' Met opgetrokken wenkbrauwen: 'En vol- gens goed democratisch principe heeft de meerderheid gelijk. Voor de massa was het kennelijk toch een soort ver-van-m 'n-bed- show.' Het ook metregelmaat gebruikte argument 'ik heb er vier jaar hard voor getraind en niet voor niets zoveel opgeofferd' vindt Kops onzinnig: 'Daar snap ik dus niks van! Je bent toch sportman en je vindt je sport toch leuk? Dan is trainen toch ook leuk? Dus wat nou opofferen?! Ik heb trainen altijd heerlijk gevonden.'

Ook te vaak gehoord: 'Het is makkelijk praten als je geen medaillekansen hebt.' Kops: 'Wim Ruska (winnaar van twee gouden judomedailles in Miinchen, red.), die ik goed ken en met wie ik regelmatig getraind heb, heeft dat -meerdere keren zelfs - gezegd. Ik weet en snap niet waarom hij dat als argument gebruikt om zijn eigen keuze te rechtvaardigen. Kijk, dat het om Israëliërs ging, maakte op zich voor mij ook niet uit. Ik heb geen joods bloed, en als het Koreanen, Russen of Noren waren geweest, zou ik niet anders hebben gehandeld. Bovendien staat een medaille toch in

 geen enkele verhouding tot mensenlevens?'

Kops kende de slachtoffers goed; vooral uit de oefenzaal. De dag voor het drama had hij nog met de omgekomen 18-jarige Mark Slavin getraind. 'Hij was een Russische jood en nog maar kort daarvoor in Israël gaan wonen. Net als ik was hij Grieks-Romeins worstelaar en hij zat net een gewicht lager dan ik. Toen ik hem in de 'omgekeerde middelgreep' had, voelde ik hem verstarren en zag ik zijn coach, Mosje Weinberg, bezorgd kijken. Natuurlijk heb ik hem niet neer geworpen.je wilt zo'n jongen kort voor een Olympische wedstrijd niet blesseren. En de volgende dag gebeurt dan dat.' Hoofdschuddend: 'Nu nog zie ik hem zo voor me staan.'

Aan Deutsche Gründlichkeit und Pünktlichkeit bleek op het bewakingsvlak in München nogal wat te schorten, zoveel is duidelijk uit diverse publicaties. Ook Bert Kops heeft het gebrek aan waterdichtheid gemerkt. 'Mijn vaste coach, die me bij mijn vereniging trainde, wilde ook weleens kijken hoe het er in het Olympisch dorp aan toe ging. Die heb ik zonder enkel probleem naar binnen kunnen smokkelen. Hij heeft bij mij in de kamer op de grond geslapen en ging ook gewoon mee naar het restaurant.

Ook bij andere teams hebben hele groepen mensen geslapen; mensen die daar in principe niet hoorden. De ondergrondse garage was een enorm lek. Geen enkle vrachtwagen werd gecontroleerd, en vanuit die garage stond je via een trap meteen in het Olympisch dorp.'

 

Moeilijk verteerbaar was het nieuwsbericht van minder dan twee maanden later. De drie overlevende, gevangen genomen terroristen waren als ruilobject vrijgekomen na een nieuwe gijzelactie. Kops: 'Onvoorstelbaar. Op zo'n moment maakt zich vanuit een ongelofelijk gevoel van onrecht een machteloze woede van je meester. Feitelijk zijn ze er dus mee weggekomen, al zijn

ze - heb ik althans begrepen -intussen wel allemaal overleden; in gevangenschap of bij een actie.' , Vaak, te vaak wordt hij geconfronteerd met de gebeurtenissen. 'Laatst werd het me voor een jeugdtoernooi weer gevraagd:..Bert, vertel die jongens eens over München." Dat vind ik moeilijk. Ik ben ook geen held, heb toen alleen m'n menselijke gevoel gevolgd.

Maar omdat het blijft terugkomen, heb ik wel een soort van levenslang gekregen.'

 

TEKST ROB WILLEMSE

FOTOGRAFIE DIRK-JAN VAN DIJK