Kan je een
interviewtje doen met René voor de site?
Luidt de vraag van Bert daags nadat ik mijn verslag over de
K-1 finale van 2003 had afgerond. Natuurlijk, wie ben ik om zo een kans te
laten schieten, maar waar begin je als je iemand met zo een staat van dienst
gaat interviewen: controverse, glorie, tweede kans of discipline.
Er is zoveel om over te praten. Na veel nadenken besluit ik
om het simpel en dicht bij huis te houden.
Op weg naar de sportschool is het weer zoals René in de ring:
stormachtig en soms zonder genade. Licht gehavend stap ik uit de “ring” de deur
van de warme sportschool binnen. René is nog even aan het trainen dus ik neem
plaats aan het tafeltje en blader door wat Japanse tijdschriften uit een ver verleden.
Dus jij komt me
interviewen?
Daar staat hij dan: 2 meter 2 groot en 113 kilo schoon aan
de haak. Dat hij groot was wist ik wel, maar als hij zo voor je staat is het
toch indrukwekkend. “Uh ja, stamel ik” nog een beetje onder de indruk. We gaan
zitten en eindelijk kan het beginnen. 
Ik heb het effe niet
zo op die gasten!
Koud terug uit Japan na de K-1 finale, om Peter Aerts te
coachen, is René zich aan het voorbereiden voor zijn eigen partij op 31
december in hetzelfde Japan. “Ze hebben Peter gepikt in de finale.” Komt het
resoluut uit de mond van de 34 jarige Amsterdammer “Dat wil ik gaan
rechtzetten.” Het slachtoffer zou dan de 140 kilo zware Japanner Tadao Yasuda
moeten zijn. Twee jaar geleden was hij ook al tegenstander van René en ging toen
KO in de derde ronde. “Wat kon die gast incasseren! Door die harde kop van hem
heb ik twee jaar last van mijn vuist gehad.” Om maar even aan te geven dat het
geen makkie was.
Winst in deze wedstrijd levert mogelijk een contract voor
een aantal wedstrijden in Japan op. Van onderschatting is dus geen sprake, daar
is het belang te groot voor.
Team Kops is compleet.
Peter Aerts en René Rooze zijn al jarenlang een bijna
onafscheidelijk duo. Het klikt gewoon. Twee jongens van de oude stempel: niet
lullen, trainen. Desnoods ga je drie keer dood in een training des te
makkelijker zal het gevecht zelf zijn. Voor de worsteltechnieken is René nu
bezig met Bert Kops “De basis is er, nu maar hopen dat het er in de wedstrijd
uit komt.”

Bert is er van overtuigd dat René het onder de knie zal
krijgen. “Zijn houding is al verbeterd, ik krijg hem moeilijker naar de grond
en met het clinchen pakt hij al veel beter vast.” Het doel is ook om het
gevecht staande te houden, daar waar René op zijn sterkst is. Een goed voorbeeld
is Mirko ‘Crocop’ Filipovic die succesvol de overstap van de K-1 naar het MMA
heeft gemaakt.
Je moet gewoon
vechten.
Ondertussen zijn ook zijn trainingspartners, Bennie Kreder
en Ashkin Okatan, van die dag erbij komen zitten. Samen met Peter Aerts is het een
echt vriendenclubje die elke dinsdag, donderdag en zaterdag samen trainen. René
heeft grote plannen voor de twee beginnende kickboksers. Bennie moet in 2004
zeker 5 C-partijen hebben gedraaid en Ashkin moet de C-status hebben behaald.
“Die jongens moeten gewoon vechten en daarom probeer ik ze nu ook gewoon elke
maand in te plannen. Ik moet alleen niet merken dat ze voor een wedstrijd uit
zijn geweest, want dan ga ik niet in hun hoek staan. Zonder voorbereiding en
discipline ben je nergens.”
Als ik moe ben ga ik
gewoon slapen!
René is een man die goed naar zijn lichaam luistert. Hij is op zijn
zwaarste gewicht ooit beland, maar hij zit lekker in zijn vel. “Het is allemaal
kracht. Ik ben nog net zo bewegelijk als vroeger.” Hard trainen, maar vooral ook
veel rust nemen. Twee dagen in de week neemt hij sowieso rust en als hij moe is
gaat hij gewoon naar bed. “Het maakt me niet uit hoe laat het is, als ik moe
ben ga ik slapen ook al is het 19.00 uur. Dan sta ik gewoon om 5 uur op, net zo
makkelijk.”
Dat wist Bertje toch
ook allemaal wel?
Ik besluit dat ik voldoende informatie heb en rond het
gesprek af. “Dit wist Bertje toch ook allemaal wel?” Ik kan mijn lach licht
onderdrukken en heb even geen pasklaar antwoord. Dan besluit René om me nog één
ding mee te geven: ”Oh ja, als Bert een uur met me aan het trainen is moet hij
wel een uur met mij bezig zijn en niet met anderen gaan ouwehoeren. Schrijf dat
maar op!”
Nu schiet ik helemaal in de lach. Een typerende uitspraak
voor een man die zo bezeten is van zijn sport als René Rooze: zo zijn er nog
maar weinig.
Jeroen Hofman